Shockschade is een relatief nieuwe vorm van letselschade, die wordt toegekend als nabestaanden getraumatiseerd zijn.
Het kan gaan om vergoeding van materiële schade, immateriële schade, en smartengeld.
Normaal hebben zij slechts recht op vergoeding van de uitvaart en gederfd levensonderhoud.

Shockschade is een vorm van letselschade, die normaal alleen wordt uitgekeerd als familieleden getuige zijn geweest van de dood van een dierbare.
Er zijn echter uitzonderingen.
Shockschade vult een leemte op in onze wetgeving, Het wordt ook wel confrontatieschade genoemd

Er moet aan de volgende condities voldaan zijn om voor toekenning van shockschade in aanmerking te komen:
Een ongeval waarbij een familielid is overleden of ernstig gewond is geraakt;
Betrokkene het ongeval heeft zien gebeuren of direct na het ongeval ter plaatse was en werd geconfronteerd met de gevolgen ervan.
Dat er bij de betrokkene een emotionele schok teweeg is gebracht en er sprake is van een ernstig geestelijk letsel.

Uiteraard kijken de letselschade advocaten reikhalzend uit naar het wetsvoorstel over shockshade.
Het voorstel voorziet in een standaard shockuitkering van maximaal 10.000 euro.

Shockschade, wie wel en wie niet?
Lees het volledige artikel
Shockschade moet worden onderscheiden van de zogenaamde affectieschade.
link >>> shockschade wie wel en wie niet

In diverse landen bestaat er ook een vorm van affectieschade, en smartengeld voor nabestaanden, als een naaste overlijdt door toedoen van een ander. Nederland kent tot heden geen affecetieschade.

Shockschade moet worden onderscheiden van affectieschade, de schade die bestaat uit het verdriet door het overlijden of ernstig gewond raken van een naaste.
Voor uitgebreide informatie geven wij onderstaande link.
Aansprakelijkheidsrecht - C.C. van Dam.
8 - Onrechtmatigheid - 8.2.1 Ernst van de schade - 805 Affectieschade
lees meer over dit onderwerp en ga naar deze link >>> Affectieschade

AANSPRAKELIJKHEIDSRECHT - C.C. van Dam
________________________________________

INHOUD - OVERZICHT

0 Introductie

Deel I: AANSPRAKELIJKHEIDSRECHT IN EUROPA
1 Inleiding
2 Frankrijk
3 België
4 Duitsland
5 Engeland
6 Europa

Deel II: ONRECHTMATIGE DAAD
7 Inleiding
8 Onrechtmatigheid
9 Toerekening
10 Fout en risico

Deel III: KWALITATIEVE AANSPRAKELIJKHEID
11 Inleiding
12 Aansprakelijkheid voor onroerende zaken
13 Aansprakelijkheid voor roerende zaken
14 Aansprakelijkheid voor personen
15 Bijzondere rechtsbetrekkingen
16 Hulpverlening

INHOUD - GEDETAILLEERD
_______

0 Introductie

001. Vrijheid en bescherming
002. Prijs van de vooruitgang
003. Opzet en overzicht
_______

1 Inleiding deel I

101. Probleemstelling
_______

2 Frankrijk

2.1 Inleiding
201. Hoofdlijn aansprakelijkheidsrecht
2.2 Foutaansprakelijkheid
2.2.1 Algemeen
202. Geschiedenis
203. Faute
2.2.2 Faute: externe omstandigheden
204. Rechtsinbreuk (l’atteinte à un droit subjectif)
205. Schending wettelijke plicht (le devoir légal)
206. Relativiteitsleer (la théorie de la relativité aquilienne)
207. Schending ongeschreven recht (l’obligation préexistante)
208. Schending ongeschreven recht (le bon père de famille)
209. Rechtvaardigingsgronden (les faits justificatifs)
210. Nalaten (l’omission)
211. Misbruik van recht (l’abus de droit)
2.2.3 Faute : interne omstandigheden
212. Abstract of concreet toetsen
213. Toerekeningsvatbaarheid bij geestelijke tekortkoming
214. Toerekeningsvatbaarheid bij kinderen

2.3 Strengere vormen van aansprakelijkheid
2.3.1 Aansprakelijkheid voor zaken (la responsabilité du fait des choses)
215. Rechtsontwikkeling
216. Vereisten en verweren
217. Verkeersaansprakelijkheid (loi Badinter)
2.3.2 Aansprakelijkheid voor personen (la responsabilité du fait d’autrui)
218. Aansprakelijkheid voor kinderen
219. Aansprakelijkheid voor andere personen
220. Algemene risico aansprakelijkheid voor personen
_______

3 België

3.1 Foutaansprakelijkheid
301. Inleiding
302. Algemene zorgvuldigheidsnorm en voorzienbaarheid
303. Schending wettelijke plicht
304. Inbreuk op een recht
305. Toerekeningsvatbaarheid

3.2 Strengere vormen van aansprakelijkheid
306. Aansprakelijkheid voor gebrekkige zaken; algemeen
307. Aansprakelijkheid voor gebrekkige zaken; samengestelde zaak
308. Wegbeheerder
309. Vergoeding van schade door motorrijtuigen
310. Aansprakelijkheid voor dieren en gebouwen; burenhinder
311. Aansprakelijkheid voor personen
_______

4 Duitsland

4.1 Inleiding
401. Overzicht

4.2 Foutaansprakelijkheid (Verschuldenshaftung)
4.2.1 Wettelijke Tatbestände
402. Geen algemene regel
403. Rechtsinbreuk
404. Schending wettelijke plicht
405. Opzettelijk handelen in strijd met de goede zeden
4.2.2 Rechterlijke Tatbestände
406. Indirecte rechtsinbreuken: Verkehrspflichten
407. Verkehrspflichten in het wettelijke systeem
408. Economische schade: das Recht am Gewerbebetrieb
409. Eer en privé- sfeer: das allgemeine Persönlichkeitsrecht
410. Geen herziening van het systeem
4.2.3 Rechtswidrigkeit en Verschulden
411. Rechtswidrigkeit: rechtsinbreuk en onzorgvuldig gedrag
412. Verschulden: objectieve toetsing van kennen en kunnen
4.2.4 Toerekeningsvatbaarheid (Zurechnungsfähigkeit)
413. Geestesstoornis en bewusteloosheid (§ 827)
414. Kinderen en jeugdigen (§ 828)
415. Billijkheidsaansprakelijkheid (§ 829)

4.3 Strengere vormen van aansprakelijkheid
416. Aansprakelijkheid voor ondergeschikten
417. Aansprakelijkheid van toezichthouders
418. Aansprakelijkheid voor dieren en gebouwen
419. Risico- aansprakelijkheid (Gefährdungshaftung)
420. Aansprakelijkheid voor motorrijtuigen
_______

5 Engeland

5.1 Inleiding
501. Common law
502. Tort law

5.2 Trespass
503. Trespass to the person
504. Trespass to land en trespass to goods

5.3 Tort of negligence
505. Geschiedenis
506. Vereisten
507. Uitbreiding reikwijdte duty of care
508. Stagnatie van de ontwikkeling
509. Economische schade
510. Psychische schade
511. Nalaten (omissions): algemeen
512. Nalaten (omissions): toezicht op anderen
513. Onzorgvuldigheid (breach of duty)

5.4 Andere gronden voor foutaansprakelijkheid
514. Private nuisance en public nuisance
515. Private nuisance
516. Schending wettelijke plicht (breach of statutory duty)
517. Occupier’s Liability Act
518. Highways Act

5.5 Toerekeningsvatbaarheid
519. Jeugdige leeftijd
520. Geestelijke of lichamelijke tekortkoming

5.6 Risicoaansprakelijkheid
521. Rylands v. Fletcher
522. Andere vormen van risico aansprakelijkheid
_______

6 Europa

6.1 Ius commune
6.1.1 Foutaansprakelijkheid
601. Algemene en bijzondere regels
602. Begrenzing toepassingsgebied
603. Methode van begrenzing
604. Foutbegrip: formele en materiële vereisten
6.1.2 Risico aansprakelijkheid
605. Algemeen

6.2 Europees recht
606. Francovich jurisprudentie: beginsel
607. Francovich jurisprudentie: voorwaarden
608. Mensenrechten
_______

7 Inleiding deel II

701. Het BW van 1838 en Lindenbaum/Cohen
702. Het BW van 1992
703. Onrechtmatigheid en toerekening
704. Zorgvuldigheidsnorm
705. Relativiteit: personen- en zaakschade
706. Relativiteit: psychische schade, vermogensschade
_______

8 Onrechtmatigheid

8.1 Inleiding
801. Vier onrechtmatigheidfactoren
802. Afwegingsproces
803. Gewoonte en gebruik

8.2 Risico
8.2.1 Ernst van de schade
804. Omvang van de schade en aard van de schade
805. Affectieschade
8.2.2 Waarschijnlijkheid
806. Waarschijnlijkheid van wat?
807. Mate van waarschijnlijkheid
808. Ongelukkige samenloop van omstandigheden
809. Causaliteit en voorzienbaarheid
810. Bewijslast causaliteit

8.3 Zorg
8.3.1 Aard en nut van de gedraging
811. Aard van de gedraging
812. Nut van de gedraging
813. Overheidshandelen
814. Zwaarwegende maatschappelijke belangen en rechtmatige daad
815. Rechtvaardigingsgronden
816. Risico aanvaarding
8.3.2 Voorzorgsmaatregelen
a. Bezwaarlijkheid van voorzorgsmaatregelen
817. Kosten van eenmalige maatregelen
818. Kosten van voortdurende maatregelen
819. Andere bezwaren tegen voorzorgsmaatregelen
b. Maatregelen tegen onbekend risico
820. Onderzoeksplichten
821. Observatieplichten
c. Maatregelen tegen fouten van anderen
822. Algemeen
823. Waarschuwings- en informatieplichten
d. Eigen schuld
824. Verval van eigen schuld
825. Motieven voor verval van eigen schuld
825a. Reflexwerking

8.4 Schending wettelijke plicht
826. Inleiding
827. Leer Smits en ongeschreven rechtvaardigingsgronden
828. Toetsing aan het ongeschreven recht: concretiseren
829. Toetsing aan het ongeschreven recht: andere problemen
830. Relativering van de wettelijke plicht
831. Buitenwettelijke geschreven normen

8.5 Rechtsinbreuk
832. Inbreuk
833. Subjectief recht
834. Rechtsinbreuk: het veroorzaken van personen- of zaakschade
835. Rechtstreekse rechtsinbreuk
836. Inbreuk op exclusieve bevoegdheid
837. Hoge Raad: afwijzing rechtsinbreuk bij personen- of zaakschade
838. Hoge Raad: toepassing rechtsinbreuk in andere gevallen

8.6 Stelplicht en bewijslast
839. Algemeen
_______

9 Toerekening

9.1 Inleiding
901. Verwijtbaarheid
902. Geen gedragstoetsing bij toerekening

9.2 Toerekening op grond van schuld
9.2.1 Kennen en kunnen
903. Inleiding
904. Kenbaarheid van schade en causaal verloop
905. Kenbaarheid van het recht
906. Vermijdbaarheid
907. Stand van wetenschap en techniek
9.2.2 Subjectieve en objectieve toetsing
908. Subjectieve toetsing
909. Objectieve toetsing
910. Subjectieve toetsing: zuiver nalaten en bruikleen
911. Subjectieve toetsing: opzet en bewuste roekeloosheid
9.2.3 Vergelijkingstypen
912. Maatschappelijke rol
913. Beroepsbeoefenaar
914. Verschillende professionele opvattingen
915. Informatiemanagement in organisaties
916. Bestuurders, organen en werknemers

9.3 Toerekening op grond van de verkeersopvattingen
917. Grens tussen schuld en verkeersopvattingen
918. Overheid
919. Automobilist

9.4 Toerekening op grond van de wet
920. Geestelijke of lichamelijke tekortkoming
921. Jeugdige leeftijd
922. Rechtsvergelijking

9.5 Stelplicht en bewijslast
923. Algemeen
_______

10 Fout en risico

1001. Risico aansprakelijkheid in enge zin
1002. Risico aansprakelijkheid in ruime zin
1003. Risico elementen bij foutaansprakelijkheid
1004. Tussen fout en risico
_______

11 Inleiding deel III

1101. Kwalitatieve fout- en risico aansprakelijkheid
1102. Aansprakelijkheid voor nalaten
1103. Aansprakelijkheid voor informatie
_______

12 Aansprakelijkheid voor onroerende zaken

12.1 Risico aansprakelijkheid voor opstallen
1201. Internationaal perspectief
1202. Toepassingsvereisten artikel 6:174 BW
1203. Gebrekkige opstal

12.2 Foutaansprakelijkheid voor onroerende zaken
1204. Belang van artikel 6:162 naast artikel 6:174
1205. Aansprakelijke persoon: de toezichthouder
1206. Zorgplicht toezichthouder
1207. Rekening houden met crimine¬le gedragingen van derden
1208. Natuurgebieden

12.3 Problemen bij beide vormen van aansprakelijkheid
1209. Aansprakelijkheid jegens onbevoegde bezoekers
1210. Rekening houden met fouten van jeugdige bezoekers
1211. Rekening houden met fouten van volwassen bezoekers

12.4 Aansprakelijkheid van de wegbeheerder
1212. Onderhoud- en onderzoekplicht
1213. Rekening houden met fouten van weggebruikers

12.5 Hinder
1214. Naburige en niet-naburige hinder
1215. Hindercriteria; algemeen
1216. Ernst van de hinder: omvang, duur en tolerantiegrens
1217. Ernst van de hinder: plaatselijke omstandigheden, preoccupatie
1218. Nut van de gedraging en bezwaarlijkheid voorzorgsmaatregelen

12.6 Andere zorgplichten jegens buren
1219. Bouwwerkzaamheden
1220. Bescherming van buren; algemeen
1221. Beschermen van buren tegen criminaliteit
_______

13 Aansprakelijkheid voor roerende zaken

13.1 Inleiding
1301. Internationaal perspectief
1302. Belang artikel 6:162; toezichthouder aansprakelijk

13.2 Gevaarlijke stoffen
1303. Risicoaansprakelijkheid (artikel 6:175 BW)
1304. Foutaansprakelijkheid: particuliere gebruiker

13.3 Dieren
1305. Risico aansprakelijkheid (artikel 6:179 BW)

13.4 Producten
1306. Risicoaansprakelijkheid (artikelen 6:185 e.v. BW)
1306a. Foutaansprakelijkheid

13.5 Motorrijtuigen
13.5.1 Risico aansprakelijkheid (artikel 185 WVW)
1307. Toepassingsvoorwaarden
1308. Overmacht en eigen schuld
1309. Toekomstverwachtingen
1310. Internationaal perspectief
13.5.2 Foutaansprakelijkheid
1311. Toepassingsgebied
1312. Zorgplicht jegens passagier
1313. Criminaliteitsbestrijding

13.6 Andere roerende zaken
13.6.1 Risico aansprakelijkheid (artikel 6:173 BW)
1314. Toepassingsvoorwaarden
1315. Aansprakelijkheidsvoorwaarden
13.6.2 Foutaansprakelijkheid
1316. Toepassingsgebied
1317. Criminaliteitsbestrijding
1318. Maatregelen tegen natuurverschijnselen
_______

14 Aansprakelijkheid voor personen

14.1 Inleiding
1401. Internationaal perspectief
1402. Samenwerkingsverbanden
1402a. Aansprakelijkheid van en jegens rechtspersonen
1403. Aansprakelijkheid voor ondergeschikten
1404. Belang artikel 6:162; toezichthouder aansprakelijk

14.2 Aansprakelijkheid voor kinderen
1405. Ouders voor kinderen tot veertien jaar
1406. Ouders voor kinderen van veertien jaar en ouder
1407. Geen verplichte aansprakelijkheidsverzekering
1408. Scholen voor leerlingen

14.3 Aansprakelijkheid voor andere personen
1409. Psychiatrische patiënten
1410. Gevangenen

14.4 Groepsaansprakelijkheid
1411. Vereisten
1412. Grenzen aan de groep: gemeenschap van gemoederen
_______

15 Bijzondere rechtsbetrekkingen

15.1 Inleiding
1501. Bronnen van de zorgplicht
1502. Samenloop
1503. Exoneraties

15.2 Zorgplichten jegens kinderen
1504. Ouders jegens kinderen: opvoeding
1505. Ouders jegens kinderen: veiligheid
1506. Scholen jegens leerlingen
1507. Andere toezichthouders jegens kinderen

15.3 Zorgplichten jegens werknemers
1508-1 Veilige werkplek: ‘In de uitoefening van zijn werkzaamheden’
1508-2 Veilige werkplek: zorgplicht werkgever
1508-3 Veilige werkplek: art. 7:658 lid 4
1508-4 Veilige werkplek: overige onderwerpen
1509. Andere verplichtingen

15.4 Zorgplichten jegens patiënten
1510. Artsen
1511. Ziekenhuizen
1512. Psychiatrische ziekenhuizen

15.5 Dienstverlening
1513. Zorgplichten beroepsbeoefenaar jegens cliënt
1514. Zorgplichten beroepsbeoefenaar jegens derde
1515. Zorgplichten banken jegens derden

15.6 Sportbeoefening
1516. Contactsporten
1517. Gedragingen in het kader van de sportbeoefening
1518. Betekenis van de spelregel
1519. Zorgplichten bij niet-contactsporten
1520. Zorgplichten sporter jegens toeschouwer
_______

16 Hulpverlening

1601. Inleiding
1602. Strafrechtelijke sancties
1603. Frankrijk
1604. Duitsland
1605. Engeland
1606. Zorgvuldigheidsnorm bij zuiver nalaten
1607. Toepassing zorgvuldigheidsnorm
1608. Toetsing hulpverlening

.

*