Slappe lach, veel slapen en toch ziek
Plotseling verlamd raken als je moet lachen, overdag steeds in slaap vallen:
voor een narcolepsie patiënt kan het dagelijkse kost zijn.
Wat er aan de hand is wordt inmiddels duidelijk, mede dankzij promovendus Sebastiaan Overeem.
Wie narcolepsie heeft, zal moeite hebben om een baan te vinden, vertelt Sebastiaan Overeem.

Vind maar eens een werkgever waar je zonder problemen opeens in slaap mag vallen.

Met meerdere korte slaapaanvallen per dag zitten dagelijkse dingen als autorijden er niet in, nog afgezien van de plotselinge verlammingen waarmee de patiënten kampen.
Bij een plotselinge emotie (vooral lachbuien zijn berucht) kan een narcoleptic ineens in elkaar zakken. Narcolepsie treft 2 tot 6 op de 10.000 mensen. De behandeling blijft bij het onderdrukken van de aanvallen, niet altijd effectief, met veel bijwerkingen.
Waar de oorzaak van narcolepsie gezocht moet worden, is de laatste vier jaar snel duidelijk geworden. Overeem werkte als student en promovendus aan het LUMC en Stanford University en zag het vakgebied ‘ontploffen‘.
Het begon in 1999 toen op Stanford, een van de belangrijkste centra voor narcolepsie-onderzoek, een gen voor narcolepsie werd ontdekt. Overeem werkte er toen net een week. Honden die aan narcolepsie lijden (ze raken verlamd bij de aanblik van een sappige biefstuk) bleken een kapot gen voor een hypocretine receptor te bezitten.

Helaas was hypocretine, een signaalstof in de hypothalamus, pas twee jaar daarvoor ontdekt. Uit onderzoek bij muizen was alleen duidelijk dat de stof iets met eetlust van doen had.
Een aanknopingspunt, want veel narcoleptici zijn door onbekende oorzaak te dik.
In Stanford werd het onderzoek naar honden gestopt en als de bliksem werden de studies uitgebreid naar patiënten.

De onderzoeksgroep van Dr. Lammers van het LUMC, waar Overeem zijn werk voortzette, werkte mee.
In totaal leverde het de aio (die in twee jaar zijn promotie-onderzoek afrondde) negentien wetenschappelijke publicaties op, waarvan negen als eerste auteur: een uitzonderlijk aantal.
Dat hypocretine in narcolepsie een sleutelrol speelt, is inmiddels algemeen bekend: uit het hersenvocht en ruggenmerg van narcoleptici blijkt het helemaal verdwenen.
Het LUMC gebruikt de ruggenprik dit jaar daarom al als test als er twijfel is of patiënten wel of geen narcolepsie hebben.

Maar wat is de rol van hypocretine?

Het lijkt erop dat hypocretine helpt om het van nature instabiele slaap-waakritme in de ‘waak-stand‘ te houden.
Zonder hypocretine zwabberen we tussen slapen en waken.
Precies wat bij narcoleptici gebeurt, want ook ‘s nachts slapen zij slecht.

Deze schakelaar-functie zou ook verklaren dat narcolepsie-patiënten een verstoord droomritme hebben. Sommige patiënten beginnen zelfs al te dromen als ze nog wakker zijn: ze hallucineren dan. Met de lach-verlammingen (kataplexie-aanvallen) ligt het volgens Overeem en zijn collega‘s ingewikkelder. Hoewel de verlamming doet denken aan de bewegingloosheid die ieders REM-slaap kenmerkt, is daarmee niet verklaard waarom emoties de aanleiding zijn voor een dergelijke aanval. Ze kwamen met een alternatief.
Kataplexie zou hetzelfde zijn als doodhouden: de verlamming die sommige diersoorten gebruiken als een belager te dichtbij komt.
Hypocretine zorgt dan voor de oprisping van een lang vergeten reflex.
Bij een enkel doorgefokt hondenras - honden houden zich normaliter niet dood - is dat eerder beschreven.
Over de regulering van doodhouden is weinig bekend, maar als het waar is, is kataplexie een levend gedragsfossiel.

Sebastiaan Overeem: Narcolepsy - from clinical entity to hypocretin deficiency.
Hester van Santen LUMC Mare 31, 22 mei 2003